augustus 12, 2026 · ,

Lidwoorden in het Spaans: el, la, un en una

blog image
DEFINITE-AND-INDEFINITE-ARTICLES-IN-SPANISH-definido-indefinido

Kort antwoord

Het Spaans heeft acht lidwoorden: el, la, los en las voor bepaald, en un, una, unos en unas voor onbepaald. Ze passen zich aan aan geslacht en aantal van het zelfstandig naamwoord. Leer elk nieuw woord meteen met zijn lidwoord, want het geslacht komt zelden overeen met het Nederlands.

Nederlandstaligen hebben het bij de Spaanse lidwoorden in één opzicht makkelijker dan Engelstaligen: wij kennen het verschil tussen “de” en “het” al, dus het idee dat een zelfstandig naamwoord een geslacht heeft, is niets nieuws. Het slechte nieuws is dat het geslacht in het Spaans zelden overeenkomt met dat in het Nederlands, en dat het Spaans het lidwoord op plekken gebruikt waar wij het weglaten.

Er zijn maar acht lidwoorden om te leren. De regels eromheen zijn overzichtelijk, en zodra je ze kent, verdwijnt een hele categorie fouten uit je Spaans in één keer. Hieronder staat het complete overzicht, plus de vier situaties waarin het bij Nederlandstaligen structureel misgaat.

Welke lidwoorden heeft het Spaans?

Het Spaans heeft bepaalde lidwoorden (het equivalent van “de” en “het”) en onbepaalde lidwoorden (het equivalent van “een”). Beide soorten passen zich aan aan het geslacht en het aantal van het woord dat erop volgt.

Mannelijk enkelvoudVrouwelijk enkelvoudMannelijk meervoudVrouwelijk meervoud
Bepaald (de, het)el librola mesalos libroslas mesas
Onbepaald (een)un librouna mesaunos librosunas mesas

Die laatste twee, unos en unas, hebben geen directe Nederlandse tegenhanger. Ze betekenen zoiets als “een paar” of “enkele”: unos amigos is “een paar vrienden”. Vaak kun je ze ook gewoon weglaten.

Hoe weet je of een Spaans woord mannelijk of vrouwelijk is?

Voor het overgrote deel van de woorden verraadt de laatste letter het geslacht. Deze vuistregels dekken verreweg de meeste gevallen.

Eindigt opMeestalVoorbeeld
-omannelijkel vino, el queso
-avrouwelijkla casa, la playa
-ción, -siónvrouwelijkla estación, la televisión
-dad, -tadvrouwelijkla ciudad, la libertad
-umbrevrouwelijkla costumbre
-or, -ajemannelijkel calor, el viaje
-ma (uit het Grieks)mannelijkel problema, el clima

Die laatste rij levert de bekendste struikelblokken op. El problema, el tema, el idioma, el sistema en el clima eindigen op een a maar zijn allemaal mannelijk, omdat ze uit het Grieks komen. En andersom: la mano (de hand) en la foto eindigen op een o maar zijn vrouwelijk.

De praktische aanpak: leer elk nieuw woord meteen mét zijn lidwoord. Niet mesa maar la mesa. Dat kost geen extra moeite en bespaart je later honderden correcties.

Waarom is het el agua en niet la agua?

Dit is een uitspraakregel, geen geslachtsregel. Vrouwelijke woorden die beginnen met een beklemtoonde a of ha krijgen in het enkelvoud el in plaats van la, simpelweg omdat la agua lastig uitspreekt.

  • el agua maar las aguas (het water)
  • el águila maar las águilas (de adelaar)
  • el hambre maar mucha hambre (de honger)
  • el aula maar las aulas (het klaslokaal)

Let op: het woord blijft vrouwelijk. Daarom zeg je el agua fría en niet el agua frío. In het meervoud keert las gewoon terug.

GRATIS MATERIAAL

Gratis Spaans studiepakket

Printbare oefenbladen van onze docenten, plus één korte e-mail per week.

TripAdvisor Hall of Fame award

Travelers' Choice-winnaar van TripAdvisor

MálagaBuenos Aires

Geschreven door RafaelAcademic Director, Buenos Aires

Want to use this in a real conversation?

We teach Spanish in small groups in Málaga and Buenos Aires, and online from anywhere.

Take a free level test

Wanneer gebruikt het Spaans een lidwoord waar het Nederlands er geen heeft?

Dit is de categorie waarin Nederlandstaligen de meeste fouten maken, omdat het lidwoord in onze eigen zin gewoon niet bestaat. Vier gevallen om te onthouden.

Bij algemene uitspraken. Wij zeggen “wijn is duur”, het Spaans zegt el vino es caro. Praat je over een categorie als geheel, dan komt er een lidwoord voor.

Bij dagen van de week. “Op maandag heb ik les” wordt Los lunes tengo clase. Het lidwoord vervangt hier ons voorzetsel “op”.

Bij de tijd. Son las tres. Het is drie uur. A la una. Om één uur.

Bij lichaamsdelen en kleding. Waar wij een bezittelijk voornaamwoord gebruiken, gebruikt het Spaans het lidwoord: Me duele la cabeza (mijn hoofd doet pijn), Ponte el abrigo (doe je jas aan).

Wanneer laat je het lidwoord juist weg?

Er zijn ook plekken waar het Spaans het lidwoord schrapt terwijl wij er wel iets neerzetten.

  • Bij beroepen na ser. Soy profesora, niet soy una profesora. Alleen als er een bijvoeglijk naamwoord bij komt keert het lidwoord terug: Es una profesora excelente.
  • Bij nationaliteiten en religies. Es holandés. Hij is Nederlander.
  • Na hay in onbepaalde zin. Hay leche en la nevera. Er is melk in de koelkast.
  • Voor de meeste landnamen en steden. Vivo en España, Voy a Málaga.

Het onderscheid tussen die twee laatste groepen is minder willekeurig dan het lijkt. Het Spaans zet een lidwoord neer zodra het over een bekende of afgebakende zaak gaat, en laat het weg zodra iets onbepaald of naamgevend is. Soy profesora noemt een categorie, terwijl la profesora de mi hijo een specifieke persoon aanwijst. Wie die logica eenmaal doorheeft, hoeft de lijstjes niet meer uit het hoofd te kennen.

Wat zijn al en del?

Het Spaans kent precies twee verplichte samentrekkingen, en ze zijn allebei kort. Als a of de direct voor el staat, smelten ze samen.

  • a plus el wordt al. Voy al mercado. Ik ga naar de markt.
  • de plus el wordt del. La puerta del coche. De deur van de auto.

Dit gebeurt alleen bij el. Met la, los en las verandert er niets: de la casa, a los niños. En het is niet optioneel: de el schrijven is in het Spaans gewoon fout, behalve voor een naam, zoals de El Salvador.

Hoe oefen je lidwoorden zonder rijtjes te stampen?

Lidwoorden zijn typisch iets wat je niet uit een tabel leert maar uit herhaling. Het geslacht van la mesa onthoud je niet door het op te zoeken, maar doordat je het honderd keer hebt gehoord. Daarom werkt spreken hier beter dan studeren: elke zin die je hardop maakt bevat wel twee of drie lidwoorden, en een docent die je meteen corrigeert versnelt dat proces enorm.

Spaans leren in Málaga, met tijd om het goed te doen. Onze cursussen in Málaga zijn kleinschalig en gericht op volwassenen, met docenten die gewend zijn aan cursisten die grondig willen leren in plaats van snel. Je kunt een paar weken boeken, of langer blijven: een flink deel van onze cursisten combineert de lessen met een verblijf van enkele maanden aan de Costa del Sol, juist in de wintermaanden. Bekijk de Spaanse school in Málaga en de cursusvormen voor een langer verblijf.

Veelgestelde vragen over Spaanse lidwoorden

Komt het geslacht van Spaanse woorden overeen met het Nederlands?

Nee, en je kunt er beter helemaal niet op vertrouwen. “De tafel” is in het Spaans vrouwelijk (la mesa), maar “het boek” is mannelijk (el libro) terwijl het Nederlands een onzijdig lidwoord gebruikt. Het Spaans kent geen onzijdig geslacht bij zelfstandige naamwoorden, dus elk woord is óf mannelijk óf vrouwelijk.

Wat is het verschil tussen un en uno?

Un is het lidwoord en staat altijd voor een zelfstandig naamwoord: un café. Uno is het telwoord “één” en staat op zichzelf: Solo quiero uno, ik wil er maar één. Voor een mannelijk woord kort uno altijd af tot un.

Gebruik je een lidwoord bij landen in het Spaans?

Meestal niet. Voy a España, Vivo en Argentina. Een handvol landnamen wordt traditioneel wel met lidwoord gebruikt, zoals la India, maar bij de meeste is het lidwoord tegenwoordig optioneel of ongebruikelijk. Bij namen die zelf een lidwoord bevatten, zoals El Salvador, blijft het uiteraard staan.

Hoeveel lidwoorden moet ik uiteindelijk kennen?

Acht in totaal: el, la, los, las voor het bepaalde lidwoord en un, una, unos, unas voor het onbepaalde. Daar komen de twee samentrekkingen al en del bij. Het is dus een kleine lijst; het werk zit in het geslacht van de duizenden woorden erachter, en dat leer je gaandeweg.

Rafael

Rafael

Academic Director, Buenos Aires

Rafael is Academic Director at Vamos Academy in Buenos Aires, where he has taught Spanish to international students for years.

LinkedIn

Deel dit artikel

Tagged:

Spaans leren in Spanje: cursussen, niveaus en kosten

Hoe u als Nederlandse volwassene Spaans leert in Spanje: cursusvormen, hoeveel uren een niveaustap...

Bien of bueno? Het verschil simpel uitgelegd

In het Nederlands gebruik je één woord voor twee dingen. “Een goed boek” en…

Gerundio in het Spaans: ando en iendo uitgelegd

Je hoort het binnen een dag in Spanje: ¿Qué estás haciendo? Wat ben je…

Topbestemmingen om Spaans te leren en te oefenen in het buitenland

Stel je voor dat je door buurten slentert die bruisen van het leven, waar…